Kennisbank

Verschil tussen TMA en de Big Five

Wetenschappelijk is de Big Five het sterkste persoonlijkheidsmodel dat er is. Praktisch is dat niet automatisch de beste keuze, omdat vijf brede trekken je weinig vertellen over wat je maandag anders gaat doen. TMA meet iets anders: geen trekken maar drijfveren, en vertaalt die naar competenties en ontwikkeladvies.

Wat de Big Five is

De Big Five is niet bedacht maar gevonden. Onderzoekers analyseerden decennialang welke woorden mensen gebruiken om elkaar te beschrijven, en die woorden vielen steeds uiteen in vijf clusters:

  • Openheid: nieuwsgierig en fantasierijk tegenover praktisch en behoudend.
  • Consciëntieusheid: georganiseerd en betrouwbaar tegenover spontaan en losser.
  • Extraversie: naar buiten gericht en energiek tegenover teruggetrokken en bedachtzaam.
  • Vriendelijkheid: meegaand en behulpzaam tegenover kritisch en zakelijk.
  • Emotionele stabiliteit (of het spiegelbeeld, neuroticisme): kalm tegenover snel van slag.

Het bekendste instrument is de NEO-vragenlijst van Costa en McCrae. Die staat, net als de TMA Talentenanalyse, in het COTAN-register.

Waarom de Big Five wetenschappelijk sterker staat

Twee redenen.

De eerste is stabiliteit. Big Five-vragenlijsten halen een test-hertestbetrouwbaarheid tussen 0,70 en 0,90. Ter vergelijking: bij MBTI verandert een groot deel van de deelnemers na vijf weken van type. Zie TMA of MBTI.

De tweede is de hoeveelheid onafhankelijk onderzoek. De vijf factoren zijn in tientallen talen en culturen teruggevonden. Geen enkel commercieel model komt daar in de buurt.

Wel met een kanttekening die zelden meekomt: ook de Big Five voorspelt werkprestatie maar matig. Consciëntieusheid is de sterkste voorspeller en komt in meta-analyses uit rond de 0,2. Dat is een reîel verband, en het betekent ook dat vier op de vijf verschillen in prestatie ergens anders vandaan komen.

Wat TMA anders doet

De TMA-methode meet geen trekken maar behoeften: 22 drijfveren, elk met een score van 1 tot 9 tegen een normgroep van ruim 36.000 mensen.

Het verschil is de bruikbaarheid op maandagochtend.

Stel dat je hoog scoort op consciëntieusheid. Dan weet je dat je georganiseerd bent. Prima, en dan?

In een TMA-rapportage valt diezelfde eigenschap uiteen in aparte drijfveren: behoefte aan orde en structuur, doelgerichtheid, volharding, nauwkeurigheid. Iemand kan hoog scoren op structuur en laag op volharding. In de Big Five verdwijnt dat verschil in één cijfer, terwijl het in de praktijk het verschil is tussen iemand die alles netjes plant en iemand die het ook afmaakt.

Daar komt bij dat TMA de scores doorvertaalt naar 44 talenten en 53 competenties, met per competentie een inschatting hoe makkelijk die te ontwikkelen is. Dat is precies de stap die de Big Five niet zet, omdat het daar ook niet voor bedoeld is.

De verschillen op een rij

  • Wat wordt gemeten. Big Five: hoe je bent. TMA: wat je nodig hebt en waar je energie van krijgt.
  • Detailniveau. Vijf brede factoren tegenover 22 drijfveren. De NEO kent overigens ook subfacetten, wat het gat kleiner maakt.
  • Doel. Big Five is beschrijvend en wordt veel gebruikt in onderzoek en selectie. TMA is ontwikkelingsgericht en wordt gebruikt in coaching, team- en loopbaantrajecten.
  • Toon. Big Five is neutraal en soms confronterend: laag scoren op emotionele stabiliteit leest niet prettig. TMA formuleert beide uiteinden van elke schaal positief. Dat maakt het toegankelijker en vraagt van de gespreksleider dat hij de keerzijde er zelf bij benoemt.
  • Beschikbaarheid. Er bestaan fatsoenlijke gratis Big Five-tests, wat bij de meeste andere modellen niet zo is. Zie wat is een drijfverentest.

Wanneer je de Big Five kiest

  • Bij onderzoek, of als je uitkomsten wilt vergelijken met wetenschappelijke literatuur.
  • Bij selectie, waar je een instrument wilt met de breedste onderbouwing.
  • Als iemand alleen nieuwsgierig is naar zichzelf en er geen traject aan vastzit. Een gratis Big Five-test is dan een prima start.

Wanneer TMA beter past

  • Als er een ontwikkelvraag ligt en je concrete aanknopingspunten wilt.
  • Als je wilt weten waarom iemand bepaald gedrag volhoudt of juist niet.
  • Bij teams, waar je individuele profielen wilt optellen tot een beeld van de dynamiek. Zie de TMA teamanalyse.
  • Als de uitkomst besproken moet worden met iemand die geen psycholoog is. Vijf factoren met een negatieve pool leiden sneller tot verdediging dan 22 positief geformuleerde schalen.

Zijn ze te combineren?

Ze bijten elkaar niet, maar de overlap is aanzienlijk. Wie beide afneemt, ziet grotendeels hetzelfde in twee talen terug. Kies er één, op basis van wat je met de uitkomst gaat doen.

En pas op voor een misverstand dat vaak rondgaat: DISC, Insights en MBTI zijn geen Big Five-varianten, ook al gebruiken ze soms vergelijkbare woorden. Zie welke kleurentest is dit eigenlijk.

Twijfel je welk instrument bij jullie vraag past? Plan een kennismakingsgesprek van 30 minuten. Als de Big Five het antwoord is, zeggen we dat gewoon.

Benieuwd wat TMA voor jou kan betekenen?